Over Bartos Entertainment

Het begin

“Op Aswoensdag 1982 kwam ik hier aan in Maastricht. Ik herinner me dat nog heel goed, het was namelijk voor het eerst dat mijn vrouw en ik zure haring aten. Dat vond ik heel bijzonder.”

Gabor Bartos is beroepscellist sinds zijn 21ste en speelt al sinds zijn zevende. Na het conservatorium volgde hij de Franz Liszt Muziekacademie in Boedapest. “Muziek? We hadden thuis geen radio en geen tv. Mijn vader was een eenvoudig arbeider. Maar hij speelde wel gitaar. Mijn moeder zong de hele dag en ik zong met haar mee.”

“Toen het Hongaarse radio- en tv-kinderkoor leden zocht ging ik er met mijn vader naar toe. Er waren 2000 gegadigden en 20 plaatsen. Ik behoorde tot die 20. Dat was nog voor de revolutie van 1956.” Na zijn opleiding speelde hij in de Hoofdstadoperette, speelde hij in zijn diensttijd volksmuziek en werd in 1976 lid van het Budapest Symfonie Orkest, waar hij de laaste jaren solo-cellist was.

Paspoort

“Met het symfonieorkest maakte ik veel buitenlandse tournees. We deden een opera-tournee van 86 optredens door Europa, vooral Duitsland, toen een kennis me attendeerde op een advertentie in een Duits vakblad, waarin het Limburgs Symfonie Orkest (LSO) een cellist zocht. Ik kon komen voorspelen. Dat moest natuurlijk in het diepste geheim.”

“Op een dag dat we in het Rheinland speelden kon ik langs komen. Ik nam de trein naar Maastricht en zat om half drie te spelen voor een jury. Na een uur wist ik dat ik de baan had. Ik had een nicht van me gecharterd, die in Heerlen woonde, om me met haar auto terug te brengen naar de plek waar we die avond speelden, 500 kilometer verder, helemaal tegen de Oost-Duitse grens aan. Om vijf voor acht arriveerde ik er, vijf minuten later zat ik, innerlijk jubelend in de orkestbak.”

“Ik heb mijn solo in de opera Ein Maskenbal zelden zo overtuigd gespeeld, denk ik.” Gabor maakte de tournee af en meldde zich af bij zijn werkgever. “Ik heb alles officieel geregeld. Je kon het land niet zo makkelijk verlaten. Je had pas recht op een paspoort als je een vaste baan had.

Die had ik dus, maar ik was wel verplicht om tien procent van mijn salaris over te maken naar mijn laatste werkgever in Hongarije, voor de zogenaamde bemiddeling. Ze hadden helemaal niets gedaan! Ik heb vijf en een half jaar betaald, daarna kreeg ik een Nederlands paspoort.” Een Hongaars paspoort bleek ook bij het LSO niet alles. “We hadden een optreden in Berlijn. Daarvoor had ik een visum nodig. De omschrijving omvatte voor Duitsland, inclusief vrij Berlijn. Daarover vielen de Oost-Duitsers en dat leidde tot uren oponthoud.”

Maastricht

Gabor kende in Maastricht alleen de oude stadsschouwburg, van enkele optredens. “daar stonden pilaren in de orkestbak, waardoor niet iedereen de dirigent kon zien. Daarom speelden we hier altijd met drie in plaats van met vier cellisten.”

Hij kende Maastricht ook uit verhalen van zijn nicht. “En ook in Hongarije leren we dat Maastricht erg verschilt van de rest van Nederland”. Dat was maar goed ook: Nederland trok me niet, Maastricht wel, ergens anders in Nederland had ik niet gesolliciteerd. Het is me trouwens wel opgevallen dat Limburgers eerder buitenlanders accepteren dan andere Nederlanders. We konden ons goed aanpassen.” De kinderen, Edit en Judit, toen 4 en 5 jaar hadden het in het begin moeilijk, maar voelen zich er nu prima thuis.

“Edit kreeg bij Joop van den Ende al te horen dat ze haar Maastrichts accent moet afleren. “Ze studeerde een musicalopleiding in Tilburg, Judit maakte deel uit van het theatergezelschap Opus One. Ze zijn allebei de kunstrichting in gegaan. Ik vond dat riskant, hun antwoord luidde: Pa, jij hebt ook een risko genomen door naar Maastricht te gaan.”

Echtgenote Marta was in Budapest bibliothecaresse. “Geen gemakkelijk vak in een land met voor haar onbekende taal. Ze volgde avondcursussen Nederlands en bibliotheekautomatisering en werkt nu in de conservatoriumbibliotheek en in de bibliotheek van de vertalersopleiding.”

De familie heeft zich goed aangepast aan de nieuwe omgeving. “Je mist wat dingen: het opa-, oma-, oom-, en tante verhaal voor de kinderen. En de cultuur hier zal nooit helemaal die van mij worden. Ik speel met erg veel plezier de caranavalsconcerten, maar zal geen polonaise lopen.”

Budapest bezoekt hij jaarlijks. “Na de politieke veranderingen zie je dezelfde mensen op allerlei posten. Alleen praten ze anders. Iedereen die destijds aan het theaterstuk meedeed, leeft nog en speelt nu alleen een andere rol.”

Muziek

Gabor is lang niet de enige buitenlander in het LSO. “De strijkersploeg komt voor een groot deel uit het voormalige Oostblok. Ik denk dat wij betere opleidingen hebben in die sector en natuurlijk horen strijkinstrumenten bij onze volkscultuur.”

Hij is trots op het lidmaatschap van het LSO. “Het is het pronkstuk van Limburg, de vele buitenlanders zorgen voor een bijzondere sfeer.” Een teleurstelling noemt hij het muziek-onderwijs in Nederland. “Muziek is belangrijk. In Hongarije leren kinderen op heel jonge leeftijd noten lezen volgens een heel goede methode. Ik heb materialen verzameld en deze Kod├íly-methode in Nederland geintroduceerd.

Met een aantal musici hebben we er nog een eigen muziekschool voor opgezet, nadat de Maastrichtse muziekschool er niets inzag. We hadden op een gegeven moment 115 leerlingen, maar de subsidie bleef uit en de kosten waren te hoog.
Zijn passie is de muziek uit de jaren ’20, die hij in zijn vrije tijd speelt met The Spats Company.

“De jaren ’20 en ’30 dat is de tijd van de vakmusici in de filmstudio’s. Die muziek komt helemaal terug. Verder help ik mensen die iets bijzonders willen op muzikaal gebied. Bijvoorbeeld vier hoornisten die de Hochzeitsmars spelen als de bruid en bruidegom het gemeentehuis uitlopen, of een harpiste tijdens een diner. Als het maar met muziek te maken heeft.