Hoorn

De oudste hoorn die we kennen is de “Sjofar”. Dit is de ramshoorn uit de oud-joodse beschaving. Later ontstond de Keltische “Litus” en “Buccia”. Deze werden gebruikt door zeevaarders en herders. Veel later ontstonden de jachthoorns. Dit instrument werd te paard bespeeld met de beker omhoog. Ventielen waren nog niet uitgevonden. Het aantal tonen was beperkt.

De hoorn zoals we die nu kennen is veelzijdig te noemen, omdat je op dit instrument de klankkleur en karakter zodanig kunt beďnvloeden, dat je veel verschillende muziekstijlen kunt spelen. Het is met elk instrument te combineren. Voor de hoorn zijn zeer veel soloconcerten geschreven. De meest bekende zijn de vier hoornconcerten van Mozart.

Samen met trompetten, trombones en tuba’s vorm je het symfonisch koper in een symfonieorkest of harmonie/fanfare orkest. Het functioneert nu als scherp koper. Maar de hoorn is ook goed te combineren met houtblazers of strijkinstrumenten. De hoorn nu als zacht koper. Een romantische speelwijze is nu gewenst.

De waldhoorn
Door de veelzijdigheid van de hoorn wordt deze als een bijzonder instrument beschouwd.

Vanaf welke leeftijd?
Het is daarom verstandig om de basistechniek te leren op een trompet of cornet. De hoorn kun je bespelen vanaf ongeveer 11 jaar. Zie ook deze andere blaasinstrumenten.

Waar vinden we de hoorn?
De hoorn vinden we in het symfonieorkest zoals het LSO. De blaasorkesten (harmonie en fanfare) blaas- en koperkwintetten en in vele andere samengestelde ensembles. De laatste tijd wordt het ook in de jazz toegepast. Ook in veel Hongaarse volksmuziek komen we de hoorn tegen.

Hoe kom ik aan een hoorn?
In de meeste gevallen wordt je lid van een fanfare of harmonieorkest uit deze omgeving. De vereniging waar je terecht komt zorgt in de meeste gevallen voor een instrument. Als je zelf een instrument aan wilt schaffen is het raadzaam contact op te nemen met een deskundig begeleider of docent.

Trompet, Cornet, Bugel

De trompet behoort tot de familie van de koperen blaasinstrumenten. Het materiaal waarvan deze instrumenten gemaakt zijn, is een mengsel waarin koper heel belangrijk is. Vandaar de naam koperen blaasinstrumenten of kortweg koper.

Er zijn nog enkele instrumenten die erg op de trompet lijken en waarop je ook les kunt krijgen aan de muziekschool: dit zijn de cornet en de bugel.
Door de lippen in trilling te brengen verkrijgt men een toon die door het mondstuk en de trompet wordt versterkt.

Bij het leren bespelen van de trompet wordt veel aandacht besteed aan de ademhaling, de zogenaamde buikademhaling. Om de techniek van het trompetspelen goed onder de knie te krijgen is het belangrijk dat men de basisprincipes op de juiste manier aanleert.

Met trompet, bugel of cornet spelen kun je beginnen als je 8 à 9 jaar oud bent. Een voorwaarde is wel dat je voortanden zijn gewisseld en dat die al een beetje uitgegroeid zijn. Als je later eventueel een beugel krijgt hoeft dat niet al te veel problemen op te leveren

Wat kun je ermee gaan doen?

De meeste trompettisten, cornettisten en bugellisten spelen in één of ander orkest. Het zijn dus echte instrumenten om samen te spelen. Dit samenspelen kan bijvoorbeeld in een harmonieorkest, fanfareorkest, brassband, symfonieorkest en big-band. Ook in kleinere ensembles zoals: koperkwintet en koperensemble. In de amusementsmuziek en de jazz zijn het onmisbare instrumenten, net zoals zo vele snaarinstrumenten.

Trompet spelen kun je bij een harmonie- of fanfareorkest daar is vaak een instrument te huur of te leen. Samenspelen kan al heel snel in de les met de docent. Binnen een jaar kun je al in een leerlingenorkest of ensemble spelen.

Saxofoon

De saxofoon is al jaren een heel populair blaasinstrument bij de jeugd. Merkwaardig genoeg is de saxofoon te vaak geassocieerd met “popmuziek”. In de populaire muziek vervult het instrument slechts een bijrol, dit in tegenstelling tot de jazz, waar de saxofoon een hoofdrol vervult, evenals elektrisch versterkte instrumenten en diverse slagwerken.

Weinigen realiseren zich echter, dat de grootste toepassing te vinden is bij de harmonie- en fanfareorkesten. Vrijwel in alle Nederlandse steden en dorpen vinden we wel één of meer van deze blaasorkesten. Bij deze orkesten wordt de basis (klassieke) speelmanier gebruikt. Deze wijkt sterk af van de speelmanier, die in de jazz gebruikelijk is. Desondanks zijn beide stijlen gebaseerd op dezelfde principes: ademhalingstechniek, werking van het mondstuk etc.

Op muziekschool-niveau zijn verschillen tussen klassieke en lichte muziekstijl nog bijna niet merkbaar. Het betreft hier meestal een voorkeur voor bepaalde muziekstukken. De strikte scheiding tussen beide speelmanieren (andere mondstukken en rieten) is doorgaans iets wat pas op een hoger niveau een rol gaat spelen.

Het is voor alle amateurs en muziekschoolleerlingen zeer aan te raden om naast de les op de muziekschool ook praktijkervaring in een blaasorkest op te doen. Men bereikt door deze praktijkervaring doorgaans een aanzienlijk hoger niveau. M.a.w. men moet eerst de basis van het saxofoonspelen onder de knie krijgen en daarbij hoort orkest-ervaring. Tegelijkertijd kan men zich dan bij de docent specialiseren in de muziekstijl van zijn of haar keuze.

Voor jonge kinderen is het belangrijk het lesmateriaal met zorg te selecteren. Goed lesmateriaal bestaat uit etudes en oefenstukken, aangevuld met zowel populair als meer serieus werk. Ook het spelen op het gehoor (zonder bladmuziek) is belangrijk voor de muzikale ontwikkeling van de leerling en toetsen instrumenten spelen hierbij veelal een belangrijke rol.

Het instrument

Een goed instrument is voor een ieder noodzakelijk. Oude, slecht onderhouden instrumenten veroorzaken vaak een verkrampte blaastechniek, omdat het blazen juist voor een beginner extra moeite kost als het instrument zwaar aanspreekt (lage tonen). Men gaat dan forceren.

Wanneer men later wel een goed instrument heeft zijn die verkrampingen bijna niet meer af te leren. Nog belangrijker dan de keuze van het instrument is de keuze van het mondstuk. Vooral bij dit onderdeel is het van het grootste belang zich door de docent te laten adviseren. Het is belangrijk de keuze van het instrument los te zien van die van het mondstuk.

Enkele merken saxofoons zijn: Yamaha, Yanagisawa, Selmer.  Bij de aanschaf van een nieuwe (alt)saxofoon moet u rekenen op een bedrag boven € 1100,-.
Soms worden tweedehands instrumenten aangeboden, die iets goedkoper zijn. Doe zo’n aanschaf altijd onder begeleiding van een docent, en dit geldt eveneens voor nieuwe instrumenten welke zich in de lagere prijsklassen bevinden (minder dan € 1100,-).

Huren zonder koopvoorwaarden wordt steeds vaker gedaan. Gemiddeld zijn de kosten € 250,- per jaar. Ook als u een instrument gaat huren is het raadzaam het mondstuk los daarvan te kopen. Laat u zich m.b.t. het mondstuk door de docent adviseren.

Trombone

De trombone behoort tot de laag-koper-blaasinstrumenten en is één van de meest expressieve en veelzijdige blaasinstrumenten. Samenspelmogelijkheden zijn er voornamelijk in de Ha/Fa/Bra-sector en de lichte muziek (o.a. Big Band).

De beginleeftijd voor trombone is 9 à 10 jaar. Spelen in een (jeugd)orkest is vaak al na een paar maanden les mogelijk. De lessen zijn over het algemeen klassiek gericht, zodat doorstromen naar het conservatorium tot de mogelijkheden behoort.

De trombone heeft een heldere klank en vormt samen met de hoorn en de trompet het z.g. symfonisch koper. Deze groep vormt een belangrijk onderdeel van een orkest en wordt ook vaak gebruikt voor speciale klanken en effecten. Door zijn veelzijdigheid is de trombone ook geschikt voor solo of solopassages in een muziekwerk.

Bariton/tenor Tuba/Euphonium

Deze instrumenten behoren tot de Laag-Koper-Blaasinstrumenten. Samenspelmogelijkheden zijn er voornamelijk in de Ha/Fa/Bra-sector. De beginsituatie betreft voor deze instrumenten 8 à 9 jaar.

Samenspelen is mogelijk op korte termijn, afhankelijk van het niveau van de leerling en van het niveau van het gezelschap waar men in wil spelen.
Opleiding geschiedt zoveel mogelijk Ha/Fa/Bra-gericht.; vanaf de C-fase ook opleiding voor andere muziekstijlen. Deze instrumenten hebben een veelzijdige functie; van begeleiding tot tegenpartij tot solostem.

Aanschaf van een Bariton/Tenor-Tuba/Euphonium

Bij lidmaatschap van een muziekvereniging, kan het voorkomen, dat deze vereniging een instrument ter beschikking heeft. Bij aanschaf altijd eerst overleg plegen met de docent. Deze kan nuttige informatie verschaffen en helpen in de aanschaf van een nieuwe of gebruikte Bariton/Tenor-Tuba/Euphonium.
Richtprijzen bij aanschaf van één van deze instrumenten: Voorbeeld: Yamaha Bariton, vanaf circa € 1.500,- (3-ventielen, smalle boring). Prijzen kunnen oplopen tot € 3.300,- (professioneel model).

Yamaha Euphonium, vanaf circa € 1.500,- (3-ventielen, brede boring). Prijzen kunnen oplopen tot € 5.000,- (professioneel model, 4-ventielen, gecompenseerd, met triggers).

Bas-Tuba
De Bas-Tuba behoort tot de Laag-Koper-Blaasinstrumenten. Samenspelmogelijkheden zijn er voornamelijk in de Ha/Fa/Bra-sector. De beginsituatie betreft voor de Bas-Tuba 11 à 12 jaar.
Samenspelen is mogelijk op korte termijn, afhankelijk van het niveau van de leerling en van het niveau van het gezelschap waar men in wil spelen.
Opleiding geschiedt zoveel mogelijk Ha/Fa/Bra-gericht; vanaf de C-fase ook opleiding voor andere muziekstijlen. Het instrument heeft veelal een begeleidingsfunctie.

Aanschaf van een Bas-Tuba
Bij lidmaatschap van een muziekvereniging, kan het voorkomen, dat deze vereniging een instrument ter beschikking heeft. Bij aanschaf altijd eerst overleg plegen met de docent. Deze kan nuttige informatie verschaffen en helpen in de aanschaf van een nieuwe of gebruikte Bas-Tuba. Richtprijzen bij aanschaf van een nieuwe Bas-Tuba:
Voorbeeld: Es- of Bes-Bas-Tuba, met 3-ventielen, vanaf circa € 2.500,-. Prijzen kunnen oplopen tot € 7.000,- (professioneel model, 4-ventielen, gecompenseerd).

Voor meer blaasinstrumenten klik hier.