Luxemburg mocht zich een aantal jaren geleden een jaar lang culturele hoofdstad van Europa noemen, maar het kleine groothertogdom vierde dit heugelijke feit niet alleen. De gehele regio, van het Belgische Wallonië, het Duitse Saarland en Rheinland-Pfalz tot de Franse Lorraine-streek, deelde mee in de feestvreugde. Ook het Limburgs Symfonie Orkest met cellist Gabor Bartos deelde mee in de culturele feestvreugde.

Verspreid over vier landen vonden er dat jaar tal van tentoonstellingen, concerten, voorstellingen en dansproducties plaats. Een unieke gebeurtenis, waarmee Luxemburg royaal zijn Europese karakter onderstreepte.

Het fonkelnieuwe MUDAM, het museum voor eigentijdse kunst in Luxemburg, speelde een centrale rol in de festiviteiten. Het fraaie modernistische gebouw, dat door de beroemde Chinees-Amerikaanse architect I.M. Pei (die ook de glazen piramides voor het Louvre in Parijs uitdacht) werd ontworpen, prijkte op de fundamenten van een 18e-eeuws fort. Het verbindt de oude stad met het nieuwe financiële centrum van Luxemburg. En benadrukt daarmee zowel zijn liefde voor historie, als het geloof in de toekomst van de stad.

Het gebouw, waarin licht en ruimte een comfortabel podium creëren voor de kunst, heeft beslist de potentie om uit te groeien tot een eigenzinnige landmark. Een pluspunt voor Luxemburg, dat slechts weinig karakteristieke gebouwen kent. De collectie van het museum staat echter nog in de kinderschoenen. De verzameling bestaat uit een kleine 250 werken.

“We zijn net begonnen met verzamelen en hebben een beperkt budget. Dat maakt dat wij onszelf beschouwen als een particuliere verzamelaar. We hebben de middelen niet om klassiek-moderne kunst aan te schaffen, de markt daarvoor is te prijzig. Wij richten ons daarom op jonge kunstenaars”, aldus Philippe Fouchard, woordvoerder van het Mudam. Zie ook dit artikel over hoe echt Kerst nog is in Hongarije.

Niettemin bezit het museum al enkele gezichtsbepalende werken, zoals het portret van Grand Duc Jean dat de Duitse kunstenaar Stefan Balkenhol maakte, de neogotische kapel van de Belg Wim Delvoye (bekend van zijn ‘kakmachine Cloaca’) en de videostallatie ‘Stir heart, rinse heart’ van de veelgeprezen Zwitserse kunstenares Pipilotti Rist.

De openingsexpositie van het culturele jaar was geheel gewijd aan het werk van Michel Majerus. Deze veelbelovende jonge Luxemburgse schilder kwam in 2002 om het leven tijdens de eerste en enige vliegtuigcrash die ooit in het groothertogdom plaatsvond. Nederlandse liefhebbers van eigentijdse kunst hadden mogelijk een deel van deze presentatie al gezien, want het werk van Majerus was een jaar eerder jaar ook uitgebreid in het Amsterdamse Stedelijk Museum Post CS te zien.

Een ander hoogtepunt binnen de viering was de tentoonstelling over keizer Constantijn de Grote, die door het Rheinische Landesmuseum in Trier werd georganiseerd (van 2 juni t/m 4 november). In deze Duitse stad werd de Romeinse keizer Constantijn in 307 na Christus tot imperator uitgeroepen. Voor de expositie kwamen bruiklenen over uit het Vaticaan, het Louvre, British Museum en het Capitolijns Museum in Rome.

Interessant beloofde ook het overzicht van het werk van de Franse fotografe en installatiekunstenares Sophie Calle te worden, dat in dat jaar in de stad Luxemburg te zien was. Later in het jaar zou ook de tentoonstelling ‘More than Reality’ van de Amerikaanse popartkunstenaar Duane Hanson (1924-1996) veel bezoekers naar het Europese centrum voor Kunst en Industriële cultuur, Weltkulturerbe Völklinger Hütte trekken.