MEZOKOVESD – Hongarije, het moederland van Gabor Bartos, stercellist van het Limburgs Symfonie Orkest. In Mezökövesd heb je alle kans dat je Jozef en Maria tegen het lijf loopt als je in deze koude, donkere dagen voor Kerstmis een wandeling maakt door Mezökövesd. De heilige familie gaat hier bij wijze van advent-spel van deur tot deur, zogenaamd op zoek naar een onderkomen voor de nacht, want in de herberg was immers geen plaats. Zie ook deze video over Kerst in Boedapest.

Eeuwenoude tradities, ook rond kerst en advent. Daaraan geen tekort op het platteland van Hongarije, katholiek hart van Europa. Als Jozef en Maria aankloppen, kussen Hongaarse kinderen een oude prent van de heilige familie, die onderdak zoekt. Jozef en Maria, op weg naar Bethlehem.

Ze kloppen links en rechts aan, vooral bij jonge gezinnen met kleine kinderen. “Wie is daar?” vraagt de vrouw des huizes. Dan zegt Jozef dat hij voor zijn hoogzwangere Maria een kamer zoekt voor de nacht. Er zijn dezer dagen nogal wat imitators van Jozef en Maria onderweg in Mezökövesd. Gewone dorpsgenoten, die zo de saamhorigheid vieren.

Het kunnen István en Erzsébet zijn, János en Laura of Sándor en Klára. Of Andreas (17) en Livia (14), die ik zag aankloppen bij de familie Zakar in de Matyasstraat. Eerst wordt er dan flink gezongen: Szállást Keres . Van de heilige familie die een onderkomen zoekt, gaat een oude prent van hand tot hand. Kinderen kussen het lijstje. Nòg een lied: Jön az Atya. Maar al snel komen er dan allerlei lekkernijen op tafel, limonade met knibbelzoetjes en knabbelzoutjes en voor de ouderen natuurlijk pálinka , een soort antivries en een vijftigplusser onder de borrels, want we zijn wél in Mezökövesd, Hongarije, ja!

Hier is het kerstfeest nog zoals het hoort te zijn: warm en intiem. In de eerste plaats een gezinsfeest, waarbij het vooral om de kinderen gaat. Geen overdaad aan bijzaken, geen run op computerspelen en andere elektronische onzin, maar kerkbezoek met mooie blaasmuziek, veel warme chocolademelk, schitterend borduurwerk en andere handarbeid bij de open haard. Wie dát weldadige kerstfeest wil meevieren, is welkom in Mezökövesd, net zoals ook iedereen welkom was in Luxemburg toen de stad culturele hoofstad van Europa was.

De kerstmarkt op het centrale plein, de Fö-tér , is maar klein, maar daarom juist zo leuk. Sokken, wanten en mutsen verkopen hier ‘t best. Geen wonder, want er is al wat sneeuw gevallen. Kerstversiering en de specifiek Hongaarse kerstchocolaatjes in kleurige zilverpapiertjes doen ‘t ook goed. En er is natuurlijk beigli , de gerolde Hongaarse kerstcake, die overigens bij de meeste gezinnen in Mezökövesd nog door moeder thuis wordt gebakken. Klaar voor de oven: de Beigli-kerstcake, volgens eeuwenoud Hongaars recept.

Omdat Hongarije een aantal jaren geleden volledig lid is geworden van de EU, vrezen sommigen dat de traditionele beigli dan verloren gaat. Er zitten ingrediënten in deze ‘rustgevende’ kerstkoek, die elders in verenigd Europa niet voorhanden zijn, zoals de gemalen zwarte pitjes uit de poppies van de papaver. “Maar dat maakt de beigli nu juist zo lekker en gezond”, zegt mij Zszuzsa Berecz Lászlóné, gemeenteraadslid voor cultuur en vooral stuwende kracht achter de volksdansgroep.

Zszuzsa is ook directrice van het centrum voor volkskunst in Mezökövesd, waar ze er alles aan doen om de oude tradities te bewaren. “Knappe Europeaan die ons onze kerstkoek afneemt!” zegt ze strijdlustig. De Europeaan wikt, maar Brussel beschikt. Ook de plastic Trabant, op het Hongaarse platteland nog altijd een geliefd roestvrij autootje en opnieuw populair bij jongelui, staat nu op de zwarte lijst: eurocraten vinden dat er te veel roet uitkomt.

Voorlopig wordt er in Mezökövesd nog volop gereden in pruttelende Trabantjes. De traditionele gevulde witte kool mag bij geen enkele kerstdis ontbreken. Mooi Mezökövesd en z’n directe omgeving, op 135 km ten noordoosten van de megastad Boedapest, is het woongebied van de Matyo , een grotendeels agrarische bevolkingsgroep die vooral bekend stond om z’n kunstnijverheid en z’n klederdrachten met schitterend borduurwerk.

Nog zijn er veel getalenteerde handwerkslieden en volkskunstenaars, pottenbakkers, wevers en meubelschilders actief en dat maakt vooral een bezoekje aan de oude wijk Hadas de moeite waard. Het is een soort levend openluchtmuseum. In de oorspronkelijke, piepkleine boerderijtjes wonen en werken hier de meeste kunstenaars en zo vlak voor Kerstmis is het hier alsof je de droomwereld van Anton Pieck binnen stapt.

Szabolcs Kovács is vooral een beroemd meubelschilder, maar in december heeft hij ook altijd de handen vol aan het schilderen van allerlei subtiele kerstversieringen, zijn atelier staat er helemaal mee vol. Meesterpottenbakker Tibor Fehér vind je hier vlakbij ook. Hij heeft het dezer dagen aan zijn ‘draaibank’ vooral druk met aardewerk kandelaars en klokjes voor in de kerstboom.

Kerstbomen zie je vóór Kerstmis vrijwel nergens in Hongarije. Pas op kerstavond wordt de boom opgetuigd. Dan pas begint het feest, niet eerder. Ook dat is hier traditie. Advents-concert in de kerk. Bijna iedereen gaat naar de middernachtmis. Dan zitten de twee kerken van Mezökövesd, de wat afgelegen nieuwe Heilig Hart -kerk en vooral de oude, barokke kerk van Szent-László in het centrum, waarvan de toren in het hele stadje te zien is, echt stampvol.

De verwachting is dat het volgende week zal sneeuwen; vorig jaar lag er met Kerstmis een witte deken van wel een halve meter dik. “Steeds meer Nederlanders kopen hier een vakantiehuisje en in de zomer staat de camping Zsóry , vlakbij onze bekende warmwaterbronnen aan de rand van de stad, altijd vol met kampeerders, ook heel veel Nederlanders. Kom nou ook eens met Kerstmis! ” zegt Elfrun Lanszki van het lokale toeristenbureau.

“We hebben verschillende leuke hotels en pensions, die het hele jaar open zijn, net als onze spa met z’n weldadige thermale baden, die tot de beste van Hongarije behoren.” Kerstdiner Anna Petö heeft kerstkoekjes gebakken in de vorm van hartjes, winterlaarsjes en klokjes. In Hungaria Etterem , het restaurant tevens kavéház midden in het stadje en eigenlijk pal tegenover het Matyó-múzeum dat de geschiedenis van de kunstnijverheid in Mezökövesd laat zien, worden de voorbereidingen getroffen voor het kerstdiner. Hongaren houden van stevige kost.

Ook daar zit veel traditie in. Goulashsoep met vlees en veel paprika, vis, varkenspoot die úren heeft staan sudderen en natuurlijk töltött kaposzta , de traditionele gevulde witte kool, met gekruid gehakt, veel uien en met tomatensaus. ” Zonder die gevulde kool kunnen we ons Kerstmis haast niet voorstellen”, zegt Erzsébet Dobó. Al op kerstochtend beginnen ze hier met koude soep, de zogenoemde kocsonya , natuurlijk snel gevolgd door enkele glaasjes pálinka, om weer warm te worden. Het barokke kerkje van Sint-László torent boven Mezökövesd uit.

Zomers is het voormalige gemeentehuis met zijn beroemde muurschilderingen van Stefan Tokasc voor iedereen vrij toegankelijk, maar in de winter is de burgerzaal meestal op slot. Maar als je leuke Henny van de lokale toeristenorganisatie, die hier tegenwoordig kantoor houdt, vraagt of je de prachtige schilderingen even mag zien, loopt ze met de sleutel graag even met je mee. De mensen zijn hier nog zachtaardig, dikwijls zelfs ronduit liéf en in elk geval behulpzaam en gastvrij. Ook de kerk van Sint-László is versierd met fraaie muurschilderingen van Tokasc, hij heeft er zelfs verscheidene dorpsgenoten in klederdracht in afgebeeld, evenals zijn vrouw en zijn dochter.

Of we even geduld willen oefenen, vraagt pastoor Károly Jéger tijdens het adventsconcert van het blazerskwintet in zijn kerk. De instrumenten van de vijf conservatoriumstudenten uit Debrecen, de op één na grootste stad van Hongarije, zijn tijdens een korte pauze bevroren en moeten opnieuw ‘ingeblazen’ worden. Neem dus wel een dikke jas mee naar de kerk. Boldog karácsonyt, vrolijk kerstfeest!