Piano

De piano is een instrument wat iedereen als van zelfsprekend kent. Toch nog een kleine geschiedenis. De piano is ontstaan in de Middeleeuwen. Omdat men de behoefte voelde voor de uitbreiding van klank, werd het instrument ook steeds meer uitgebreid tot zijn huidige vorm. Al rond 1800 waren er al piano’s zoals wij die nu kennen.

Het belangrijkste verschil tussen een piano en een vleugel is het mechaniek. Het mechaniek, dat bestaat uit hamers en opstoters (die ervoor zorgen dat de hamers de snaren raken), ligt bij een vleugel vlak onder de toetsen en bij een piano staat het voor de toetsten. De snaren worden bevestigd aan een gietijzeren raamwerk (dit i.v.m. de krachten die er op de snaren staan).

Ook bij de pedalen is er een essentieel verschil tussen de piano en de vleugel. Het linkerpedaal van de vleugel geeft eigenlijk de juiste werking, namelijk bij het gebruik van het linkerpedaal schuift het toetsenbord iets naar rechts, zodat de hamers niet 3, maar 2 snaren aanslaan. Om bij de piano het zelfde effect na te botsen komen de hamers dichter bij de snaren te staan.

Naast de akoestische piano’s zijn er tegenwoordig ook nog de elektronische piano’s. Hierbij is het totale mechaniek vervangen door elektronica. Je kan dan ook spelen met een koptelefoon, zodat niemand er last van heeft, iets wat je niet zal lukken met bijvoorbeeld een blaasinstrument als  een saxofoon. Ook het spelen met koptelefoon en toch nog handhaving van het akoestische mechaniek bestaat tegenwoordig. Dit is de z.g. “Silent” piano.

Aangezien de piano een lange traditie heeft, is er natuurlijk heel veel literatuur. Deze loopt van de Barok periode tot en met de tegenwoordige tijd, de Popmuziek.
In de lessen proberen we al deze periodes te behandelen om van daaruit een keuze te kunnen maken welke stijl iemand het leukste vindt.

De piano is natuurlijk een solo instrument, maar wordt wel meer gebruikt als begeleidingsinstrument. Dit begeleiden heeft ook weer andere facetten, die ook in de les belicht worden. De toegankelijkheid van het instrument is groot en daarmee is er eigenlijk geen beperking qua leeftijd.

Orgel

Kerkorgel! Dat is misschien het eerste waaraan je denkt bij “het orgel”. En inderdaad staan de meeste orgels in kerken: tamelijk grote instrumenten met veel grote en kleine pijpen, waarvan de sterke klank misschien de meeste indruk maakt. Vaak heeft zo’n instrument twee rijen toetsen, klavieren genaamd, die je met je handen bespeelt en één rij die met de voeten bespeeld wordt, het pedaal.

Wanneer je een toets indrukt zorg je ervoor dat lucht door een bepaalde pijp stroomt, zodat er een toon kan ontstaan. Het lijkt een beetje op het aan-blazen van een blokfluit.

Het orgel stond echter niet altijd in de kerk. Heel ver terug in de geschiedenis, werd het orgel gebruikt bij muziekuitvoeringen bijv. in het paleis van een belangrijke koning. Het speelde dan mee in het orkest of werd gebruikt om zangers te begeleiden. Het was toen natuurlijk veel kleiner; het had maar enkele toetsen en je kon het gemakkelijk dragen.

Omdat het orgel op zoveel verschillende manieren gebruikt werd, en er ook veel verschillende soorten en maten orgels waren, is er ook veel variatie in de muziek die voor het orgel geschreven is: volksliedjes, dansen, kerkliederen; heel ingetogen muziek voor kleine instrumenten, uitbundige, feestelijke muziek voor grote orgels.

Op een toetsinstrument zoals orgel of piano, kun je meerstemmig spelen. Met je éne hand kun je een melodie spelen en tegelijkertijd met je andere een mooie begeleiding. Daardoor is het orgel prima geschikt om samen te spelen met bijv. fluit, viool, trompet, of een zanger(es) of koor en bij entertainment muziek.

Een echt pijp-orgel, zoals in kerken en concertzalen staat, is natuurlijk veel te groot voor je huiskamer om als oefeninstrument te gebruiken en bovendien veel te duur. Vroeger werden echter (en tegenwoordig weer) ook kleine huiskamerorgels gebouwd, maar zelfs dan is de prijs een probleem. Daarom oefenen de meeste orgelleerlingen op een elektronisch instrument. Dit heeft ook één of twee klavieren en een pedaal, maar de klank ontstaat dan niet door lucht die door de pijpen stroomt, maar op elektronische wijze. Ook op een harmonium (“traporgel”) kun je goed oefenen.

Keyboard

Als men voor keyboard kiest, kiest men voor een eigentijds elektronisch instrument, waarmee men zeer veel kanten op kan. Keyboards zijn er in vele soorten en maten. Keyboard betekent letterlijk ‘toetsenbord’. Eigenlijk zijn dus alle toetsinstrumenten keyboards. Daarom is het beter om te spreken van HOME-KEYBOARD. Een basisinstrument moet aan de volgende eisen voldoen:

  1. een omvang van minimaal 4 octaven (49 toetsen); bij voorkeur 5 octaven (61 toetsen).
  2. manual drums of keyboard percussion.
  3. een begeleidingsautomaat.
  4. een redelijke klank.

Al vanaf € 250.- kan een redelijk keyboard worden aangeschaft. Vanaf ca. € 300,- zijn de instrumenten aanslaggevoelig, hetgeen betekent dat men een sterkere klank krijgt bij het harder aanslaan van een toets. De instrumenten in deze prijsklasse bezitten ook vaak een sequencer, waarmee men muziek kan opnemen. Ook zijn hiermee ritmepatronen te programmeren en ze worden vaak gebruikt samen met andere elektrich versterkte instrumenten zoals gitaren.

Vanaf ongeveer € 500.- worden de klanken natuurgetrouwer, de sequencer heeft meer sporen, waardoor het aantal opneem-mogelijkheden groter wordt. Verder is het orkestje van de ritmebox uitgebreider. Voor een bedrag van ongeveer € 1350,- is er een zeer geavanceerd keyboard/synthesizer te koop, meestal met een ingebouwde computer en een uitgebreide sequencer.

Bekende merken zijn YAMAHA en CASIO voor de basisinstrumenten. Daarbij komen TECHNICS en ROLAND voor de duurdere merken.
Bijkomende kosten zijn vaak een standaard en een adapter.

Een keyboard is op verschillende manieren te bespelen:

  • Op het full keyboard klinkt er één instrumentklank over het gehele toetsenbord, b.v. een piano, al of niet met een ritme erbij.
  • Met het keyboard-split wordt het instrument als het ware in tweeën gedeeld. Het is dan mogelijk om rechts en links twee verschillende instrumenten tegelijk te laten klinken, b.v. een synthesizerklank en een basgitaar.
  • Met de manual drums of keyboard percussion zijn eigen ritmepatronen te maken. Men speelt dan dus drums op een keyboard. Door al deze mogelijkheden is het keyboard niet alleen een solo-instrument (zoals een blokfluit bijvoorbeeld) maar kan ook met andere muziekinstrumenten samenspelen, zoals b.v. met meerdere keyboards in een keyboard-ensemble. Het keyboard is ook uitermate geschikt voor het spelen in een band. Daar komt bij dat het door zijn handige afmetingen gemakkelijk te vervoeren is en in combinatie met andere snaarinstrumenten een uiterst mooi resutaat kan opleveren.